Verre ballen schieten Print

Je kent het wel, tijdens een spannende wedstrijd neemt een speelster een korte aanloop en op het moment dat ze schiet hoor je een doffe dreun. De adrenaline schiet door je lijf. Deze bal gaat ver komen!
Maar hoe doen ze dat nu eigenlijk?

Simpel, door te oefenen, oefenen en oefenen. Een stelregel in de wetenschap is dat je iets ongeveer 1.000 keer gedaan moet hebben, voordat je het helemaal goed kan. Geen tijd te verliezen dus.  

De bal
Ten eerste moet je zorgen voor een goede bal.
De grootte van de bal is afhankelijk van je leeftijd.
Ben je 8 jaar of jonger, gebruik dan een 'size 3' bal.
Ben je tussen de 8 en de 12 jaar, gebruik dan een 'size 4'.
Ben je ouder dan 12, gebruik dan een 'size 5' bal.

Het spreekt voor zich dat de bal rond moet zijn (en geen ei-vorm doordat je broertje er altijd op zit).

 

De schoenen
Ten tweede moet je zorgen voor goede schoenen. Omdat je de bal straks behoorlijk hard gaat raken, is het handig om voetbalschoenen te gebruiken. Deze schoenen zorgen ervoor dat je voet minder zeer doet en ze zijn glad op de plaatsen waar je de bal mee raakt.

 

De locatie
Tot slot moet je een plek opzoeken waar je hard kan schieten, zonder dat je daarna moet rennen voor je leven omdat die boze buurman achter je aan zit.

Stand- en schietbeen
Bij het schieten gebruiken we het woord schietbeen voor het been waarmee je schiet (logisch toch ;-)  ) en standbeen voor het ander been. 

Met een kleine aanloop
Om te beginnen leg je de bal stil op de grond. Dit is de makkelijkste manier om te beginnen.
Doe nu twee stappen terug.
Stap nu naar voren en zet de voet van je standbeen ongeveer 15 centimeter naast het midden van de bal neer.
Zwaai nu de voet van je schietbeen naar voren met de veters naar voren (je tenen wijzen nu richting de grond). Let op, niet te laag, anders trap je in de grond.
Zorg dat je de bal ongeveer halverwege raakt.
Zwaai je been door tot je met je voet wijst in de richting waar je de bal naar toe wilt trappen.

Oefen dit een tijdje, totdat je de bal keer op keer op de juiste plek raakt en je steeds harder kunt trappen.

Nog beter sturen
Wil je de bal naar rechts schieten, raak de bal dan aan de linkerkant van het midden. Wil je de bal naar links schieten, raak de bal dan aan de rechterkant van het midden.

Schuine aanloop
Je zult merken dat wanneer je recht voor de bal bent gaan staan het moeilijk is om de bal naar links of naar rechts te schoppen.  
Om dit makkelijker te maken en om ervoor te zorgen dat je harder kan trappen ga je nu niet recht achter de bal staan maar een beetje schuin.
Wanneer je rechtsbenig bent, ga je links achter de bal staan en wanneer je linksbenig bent ga je rechts van de bal staan.
Herhaal nu de oefening en draai bij het schieten ook je heup in de richting waar je de bal heen wilt schieten. Doordat je ook je heup meedraait, zet je nog meer kracht en kun je de bal nog harder trappen.

Je lichaam
Behalve het bewegen van je been, is ook het bewegen van je lichaam belangrijk.
Leun je naar achteren, dan kun je minder hard schieten.
Leun je iets naar voren, dan trap je harder.

Als je heel hard trapt, is het handig om aan het einde van je schot ook met je standbeen omhoog te springen ('t is net ballet). Hiermee voorkom je dat je uit balans raakt en achterover valt.

Met de bal omhoog
Wil je de bal de lucht in krijgen, dan moet je je met je lichaam iets naar achteren leunen bij het raken van de bal en moet je de bal onder het midden raken.
Wijs na het schieten ook met je voet omhoog in de richting waar je de bal hebben wilt.

Met de bal over de grond
Wil je juist de bal over de grond laten rollen, leun dan iets meer voorover en raak de bal net boven het midden.

Verder oefenen
Als je de bal met een kleine aanloop goed kan raken, probeer dan de aanloop langer te maken. Overdrijf dit niet, want als je meer dan 3 meter aanloop gebruikt is de kans groot dat je de bal niet meer goed kan raken.

Andere manier
Je kunt de bal ook met de binnenkant van je voet raken (is meestal beter bij het mikken), maar dan kun je lang niet zo hard schieten.
Schiet in ieder geval niet met de punt van je voet. Op die manier weet je nooit waar de bal heen gaat en kun je met een beetje pech je tenen blesseren.

Klik hier voor meer trainingstips.