Dribbelen Print

Yes! eindelijk krijg je de bal toegespeeld. Je neemt ‘m keurig aan en nu ligt de bal aan je voeten.

PANIEK, wat ga met die bal doen?
Enkele stevige tegenstanders komen al op je afgerent. Wat doe je?
 
Eerst denk je er nog aan om de bal een rotschop te verkopen in de hoop dat hij bij één van de sterspeelsters uit je team terecht komt. Dan lijkt het net of je een mooie voorzet hebt gegeven. 
Of mischien knalt hij wel met een enorme vaart in het gezicht van één van de twee aanstormende tegenstanders. Dat zal ze leren om zo snel op je af te rennen.
 
Maar je kan natuurlijk ook diep ademhalen en om de tegenstanders heen dribbelen, goed om je heen kijken en dan de bal keurig afspelen, of zelf doordribbelen en een schot op het doel wagen.
 
Maareh, hoe pak je dit aan?

Allereerst zorg je ervoor dat je stevig staat. Je zet je benen wat wijder, zakt door je knieën en leunt wat naar voren. Dan kijk je goed naar je tegenstanders. Wat is hun zwakke plek?
Als je het goed hebt aangepakt, weet je van tevoren al of je tegenstander(s) rechtsbenig of linksbenig zijn. Is ze rechtsbenig, dan is de kans groot dat haar zwakke plek de linker is. Voor jou betekent dit dat je probeert haar aan de rechterkant te passeren. Is ze linksbenig dan ga je er aan de linkerkant langs
 
Heb je niet zo goed opgelet of ben je in heetst van de strijd het verschil tussen links en rechts vergeten, dan kun je het volgende doen. Komt de tegenstander in een rechte lijn van opzij op je afgerent, probeer dan langs de tegenstander te gaan aan de kant waar deze vandaan komt rennen. Komt de tegenstander in een bocht op je afgerend, probeer dan te passeren aan de kant waar ze niet vandaan komt.
 
Je hebt nu een kant gekozen, wat wordt de volgende stap.
W A C H T !
Wacht tot je tegenstander ongeveer twee meter bij je vandaan is en begin dan pas met je eerste beweging (is je tegenstander meer dan tien meter van je vandaan, dan is dit waarschijnlijk een mooi moment om te besluiten niet te gaan dribbelen, maar de bal af te spelen. Je hebt immers ruimte genoeg).
 
Ben je rechtsbenig en wil je de speler links passeren, schop dan met de binnenkant van je voet de bal naar links, en stap vlak achter de bal aan. Wil je de tegenstander aan de rechterzijde passeren, dan duw je de bal met de buitenkant van je voet naar rechts en stap je vlak achter de bal aan. Ben je linksbenig dan werkt het net andersom. 
Vergeet vooral het wegstappen niet, anders wordt je omver gelopen nog voor je wat kan doen. 
Maak nu vaart en kijk gelijk waar de andere tegenstander(s) zijn. Is er niemand in de buurt, dan kun je dribbelen door de bal niet te ver voor je uit te spelen en er ondertussen achteraan te rennen. Komt er een tegenstander aan, dan kun je 1 of meer van de volgende technieken toepassen:
  • Kappen: In plaats van tegen de bal aan te trappen, stap je over de bal heen en laat je de bal tegen de binnenkant of buitenkant van je voet botsen. Daarna zet je nog 1 stap en draai je je om. Als het goed is sta je nu tussen de bal en de tegenstander en kun je een andere kant op dribbelen.
  • Versnellen: Je remt eerst wat af en als de tegenstander dichtbij genoeg is, kies je een kant om te passeren en versnel je. 
  • Overstap: Je doet alsof je de bal naar bv. links wilt trappen met de binnenkant van je voet, maar in plaats van de bal te raken, stap je erover heen en trap je de bal naar rechts met de buitenkant van je voet. Let hier wel op je houding, zodat je stevig genoeg staat om ook zelf de andere kant op te gaan, achter de bal aan.
  • Schaar: Op het moment dat je met de buitenkant van je voet de bal wilt raken (bv. als met je rechtervoet de bal naar rechts wilt spelen) spring je over de bal een en steun je met je volle gewicht op dit been en speel je met de buitenkant van je andere voet de bal in de tegenovergestelde richting (in dit geval naar links).
  • Stop and Go: In plaats van de bal te trappen, plaats je je voet bovenop de bal, zodat deze bijna helemaal stil komt te liggen. Ondertussen rem je zelf helemaal af, zodat je bijna stil komt te staan. Gelijk daarna duw je de bal met de onderkant van je voet naar links, rechts of rechtdoor en volg je de bal. Deze beweging werkt vooral goed als achterna gezeten wordt.
 
Oefen de bewegingen iedere training een paar keer. Dit zorgt ervoor dat je ze na een tijdje kunt toepassen zonder na te denken. Probeer daarna ook eens wat van de verschillende technieken te combineren om je tegenstanders helemaal op het verkeerde been te zetten.


Klik hier voor meer trainingstips.